Deel 3: Ataxie en therapie

Ga terug naar deel 2: Oorzaken van ataxie

De therapie is altijd afhankelijk van de ziekteverschijnselen en oorsprong ataxie.

Hieronder staan enkele medicijnen en therapieën die zouden kunnen helpen afhankelijk van de ernst van de aandoening:

  • Medicijnen zoals corticosteroïden en antibiotica.
  • Acupunctuur, acupressuur of Magneetveld therapie.
  • Vitamine B12 injecties.
  • Sommige homeopathische of fytotherapeutische middelen.
  • Fysiotherapie, manuele therapie, osteopathie of chiropractie. Altijd pas na een röntgenfoto bij verdenking van spinale ataxie!

thermografie paard

Een atactisch paard, een paard met ataxie is niet altijd afgeschreven voor de sport! Echter heeft wel meer zorg en ondersteuning nodig om blessurevrij te blijven. Denk hierbij aan (sportpaarden)begeleiding met thermografie.

Therapie bij rhinopneumonie (EHV1):

De neurologische patiënt heeft een intensieve verpleging nodig o.a. blaascatheterisatie, dit omdat het paard slecht kan plassen. Er ontstaan vaak ernstige huidbeschadigingen omdat het paard tevergeefs probeert op te staan, voorkom dat het paard gaat liggen vechten, evt. in warm water bad zetten (hydrotherapie), voldoende vocht en voedsel toedienen. Drachtige merries kunnen ook geïnfecteerd raken. Meestal kun je aan de abortus, die daarop volgt niets doen. U kunt proberen dit te voorkomen door aan het eind van de dracht minimaal 3 weken voor het veulenen te vaccineren, daarnaast als u het paard wilt vaccineren moet u dit ten minste 2 a 3 maal per jaar vaccineren. Zo ook het veulen behandelen is vaak zinloos. Het beste is om jonge paarden en nieuwe paarden gescheiden van drachtige merries te huisvesten. Verder direct contact tussen deze paarden zien te voorkomen. Denk hierbij ook aan schone kleding, handen, schoenen en gebruiksvoorwerpen. Bij verdenking van of bij symptomen van rhinopneumonie is dagelijks temperaturen aan te raden om een vroege diagnose te herkennen. Na een uitbraak 3 weken geen contact met andere paarden om verdere besmetting te voorkomen. De incubatietijd (tijd tussen besmetting en ziek worden) ligt tussen de 5 en de 12 dagen. Meestal volgt dan een bacteriële bronchitis (stal met hoestende paarden) en bij drachtige merries kan dit abortus veroorzaken. De neurologische vorm (de vorm waarbij het zenuwstelsel wordt aangetast) is zeldzamer en uit zich in o.a. ataxie, door de achterbenen zakken of slecht mesten. Ieder paard op stal kan ziek worden ook als deze al antistoffen heeft of ziek is geweest t.g.v. rhinopneumonie. Na vaccinatie kan de ernst van de infectie verminderd worden. Het grootste probleem zijn echter de dragers, dit zijn paarden die vaak zonder zelf ziek te zijn het virus bij zich dragen en deze kunnen verspreiden.

Therapie bij spinale ataxie:

In het acute stadium van spinale ataxie zijn de paarden vaak stomdronken of kunnen niet meer staan. Dergelijke paarden moeten snel en hoog gedoseerd met medicamenten ( o.a. ontstekingsremmers) behandeld worden, om de schade aan het ruggenmerg zoveel mogelijk te beperken. In een later stadium worden de coördinatiestoornissen duidelijk minder, deels door de medicijnen, deels omdat de paarden door training van andere onderdelen van het zenuwstelsel, zoals de ogen en de houdingsreflexen, er beter mee om leren gaan. In een gestabiliseerde situatie hebben een aantal paarden baat bij manueel therapie, waarbij d.m.v. “tractie” de stand van de wervels ten opzichte van elkaar wordt hersteld.

Als ataxie veroorzaakt wordt door standproblemen van de halswervels, dan is het in een aantal gevallen mogelijk om deze wervels door middel van een stalen schroef of -plaat met elkaar te verbinden. Hierdoor wordt de bewegingsmogelijkheden van de hals aanzienlijk belemmerd wat nadelig kan zijn in een latere sportcarrière.

De hier genoemde behandelingsmogelijkheden zijn zeker niet volledig. In een aantal gevallen is er helaas niets meer voor een atactisch/ataxie paard te doen en moet het helaas geëuthanaseerd worden. Uw dierenarts kan na gedegen onderzoek u adviseren wat het beste is voor uw paard!

Een vroege diagnose en een onderkenning van het probleem is zeer belangrijk. Hoe langer de problemen, klinische symptomen van ataxie zich voor doen, hoe kleiner de kans dat er nog een aanzienlijke verbetering is te behalen. Hier komt natuurlijk de thermografie om de hoek kijken. In een aantal gevallen kan m.b.v. thermografie een vroege diagnose gesteld worden.

Drs. P. Ooms
Erkend paardendierenarts